Verhuurder verantwoordelijk voor rotte vis

Rechtbank Noord-Holland heeft een verhuurder uit Purmerend veroordeeld tot het betalen van bijna vijfduizend euro aan een huurder vanwege stankoverlast in de ondergelegen bedrijfsruimte.

Als de huurder in augustus 2018 na een vakantie thuiskomt, valt hem een zeer indringende nare lucht op, waarvan hij de verhuurder per mail op de hoogte brengt. Onderzoek van de verhuurder in de benedenwoning levert niets op, maar de stank blijft. Dit kabbelt maanden voort, waarbij de huurder aan blijft dringen op een oplossing. In juli 2019 inspecteert de politie met twee speurhonden de bedrijfsruimte, waarbij ze in het plafond uiteindelijk een zak met rottende visresten aantreffen. Daarnaast ligt de ruimte vol met dode vliegen en maden.

Derving van woongenot, aldus de huurder, die bijna een jaar in de vislucht heeft moeten wonen. Onzin, volgens de verhuurder. De huurder zou gedurende lange tijd niet hebben geklaagd over de stank en de lucht verdween ook steeds na het doorspoelen van het riool.

Volgens de kantonrechter is het duidelijk een zaak met een luchtje. De verhuurder moet daarom ter compensatie van het gebrekkige ingrijpen 4.875 euro betalen aan de huurder. De huurder gaat echter niet geheel vrijuit: in de periode van de stankoverlast is een huurachterstand van 1.806 euro ontstaan en die moet nog wel worden voldaan.

En daarmee is de lucht geklaard.


Trefwoorden: rechtbank stankschade
Geplaatst

woensdag 18 november 2020 | 11.06 uur

Laatst gewijzigd

vrijdag 20 november 2020 | 13.16 uur

Auteur

RTV Purmerend redactie