Rechter: avondklok moet worden opgeheven

De avondklok moet binnen de kortste termijn worden opgeheven. Dat bepaalde de rechtbank in Den Haag in een zaak die was aangespannen door stichting Viruswaarheid.

Er is een zeer zorgvuldige besluitvorming nodig om de avondklok in te voeren, oordeelde de rechter. Voor de invoering van de maatregel om het coronavirus in te dammen is gebruikgemaakt van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg). Bij deze wet worden de Eerste en Tweede Kamer niet betrokken bij de besluitvorming. ‘‘De Eerste en Tweede Kamer hadden moeten worden betrokken bij de uitzonderlijke maatregel, omdat er geen sprake is van bijzondere spoedeisendheid’’, vindt de rechter. ‘‘De wet is bedoelt voor situaties waar de spoed zo hoog is dat debatteren niet mogelijk is. In dit specifieke geval is er uitgebreid gedebatteerd, dus vervalt de bijzondere spoedeisendheid.’’

Vorige maand kondigde demissionair premier Mark Rutte de voorbereidingen voor de controversiële maatregel aan. ‘‘Het voelt alsof het steeds zwaarder wordt en daarom is het belangrijk dat we nu stappen zetten waardoor snel meer mogelijk wordt’’, zei Rutte tijdens een ingelaste persconferentie.

De avondklok geldt tussen 21.00 en 04.30 uur. Het is dan verboden om op straat te zijn, behalve voor uitzonderingen als werk, mantelzorg en een hond die uitgelaten moet worden. Wanneer je zonder geldige reden tijdens de avondklok op straat bent, staat dat gelijk aan een misdrijf en geldt een boete van 95 euro.