Glazenwasser bedreigd in Weidevenne

De Weidevenne is voor glazenwasser Rudhi Wagenaar verboden terrein. Tenminste, dat vinden ‘collega’s’ van hem. ‘Ze claimen dat Weidevenne hun wijk is en dreigen me iets aan te doen, als ik doorga. Maar ik laat me niet wegpesten.’

Purmerender Rudhi Wagenaar, eigenaar van een eigen schoonmaakbedrijf, is nu vierenhalf jaar in de Weidevenne actief als glazenwasser. Hij heeft zijn vaste klantenbestand en is natuurlijk altijd in voor nieuwe klandizie. ‘Weidevenne is een hele grote wijk en commercieel interessant. Ik ben er van overtuigd dat als je goed werk levert, dat ook voor nieuwe klanten zorgt.’ Maar niet iedereen is het daar mee eens. Wagenaar is al eerder aangesproken door de glazenwassers. Het was niet eerlijk dat hij in de Weidevenne actief was, want het was ‘hun’ wijk. ‘Ik heb toen steeds gezegd: alles leuk en aardig, maar het is een vrije markt. Klanten mogen zelf hun glazenwasser kiezen.’
Eind september wordt de sfeer grimmig. Wagenaar moet zich terugtrekken uit Weidevenne, ‘want anders zou me iets worden aangedaan’. De mannen dreigen dat een situatie van jaren geleden in Weidevenne zich zomaar zou kunnen herhalen. ‘Ik heb het opgezocht. Dat ging over vechtpartijen en het lek steken van autobanden.’ De politie kan niets voor Wagenaar doen, omdat er geen sprake is van een strafbaar feit. Wagenaar zou graag zien dat de Belastingdienst eens de boeken van de concurrent controleren. ‘Dat zal ze wel afschrikken.’ 
Bewoners weten vaak niet wie hun glazenwasser is. ‘Ze krijgen een papiertje in de bus met een 06-nummer erop. Geen bedrijfsnaam, niks. Ik adviseer de mensen om op internet het glazenwasregister te raadplegen. Daar staan alle gescreende glazenwassers in vermeld, die allemaal ingeschreven staan in de Kamer van Koophandel en netjes belasting betalen.’ 
De stoere praat van de andere glazenwassers (‘ik weet nog steeds niet om welk bedrijf het precies gaat, maar ze komen volgens mij uit Zaandam’) schrikt Wagenaar in ieder geval niet af. ‘Het gaat me niet in de koude kleren zitten, maar ik ben tegelijkertijd heel boos en gefrustreerd. Ik blijf terugkomen.’